Toerental en koppel sturen voor nette gaten
Begin met laag toerental om exact te centreren en verhoog pas wanneer de boor stabiel grijpt. Kleine diameters verdragen een hoger toerental, grotere diameters vragen rustiger draaien en gelijkmatige druk. In hout werkt een vlotte snede met weinig druk vaak het netst. In metaal houd je het toerental lager, laat de boor peckend werken en voer spaanders regelmatig af om klemmen te voorkomen. In steen en beton combineer je draaien met impact als je machine die stand heeft, maar blijf sturen op rechtlijnigheid en laat de boor het werk doen zonder te wrikken.
Let op de combinatie van materiaal, diameter en puntvorm. Een scherpe boor voorkomt hitteopbouw en ovaal lopen. Hoor je piepen of zie je verkleuring, verlaag het toerental, pauzeer kort en koel de snijkant met een druppel geschikte snijolie bij metaal. Heeft jouw machine koppelstanden of een zachte start, kies dan een lagere stand voor starten en fijn werk, en schakel alleen hoger wanneer de snede stabiel is. Zo voorkom je uitschieters, houd je de snijkant heel en krijg je ronde, zuivere gaten met minimale nabewerking.
Werk steeds met een stabiele bodypositie. Zet de hiel van de machine in lijn met de boor, houd je pols recht en ondersteun met je tweede hand bij de kop of accu. Zet een diepte-aanslag of markeer de boordiepte met tape. Bij seriewerk levert een constante druk en vast toerental voorspelbare resultaten op, waardoor elke volgende boring hetzelfde uitkomt.